5 jaar herlezen, een korte overpeinzing

Natuurlijk herlas ik vroeger ook wel eens een boek. Tijdens mijn studie bijvoorbeeld. Of als jurylid van de Halewijnprijs. Of gewoon uit pure liefhebberij. Maar meestal zocht ik naar iets nieuws om me aan over te geven. Dankzij die drang naar het nieuwe heb ik een flinke boekenkast vol prachtige leesherinneringen bij elkaar gespaard.

Hype of bewezen kwaliteit?

Maar kwantiteit is zelden een garantie voor kwaliteit. Steeds vaker ben ik teleurgesteld na het lezen van een roman. Vaker dan vroeger in elk geval. Misschien wordt mijn leesgeschiedenis, en daarmee het vergelijkingsmateriaal, te groot. Of wellicht is mijn vrije tijd me nu kostbaarder dan in mijn jongere jaren. Hoe dan ook, ik heb steeds minder zin om me te verdiepen in de volgende middelmatige, overgehypete roman van een Connie Palmen, Leon de Winter of Herman Koch. Liever besteed ik mijn aandacht aan een roman, dichtbundel, toneelstuk of essay, waarvan de kwaliteit zich door de tijd heen heeft bewezen.

Voor u

Daarom startte ik in mei 2012 de rubriek ‘Herlezen’ op de Rode Muur. Maar waarom schrijven over wat ik herlees? Wat heeft u te maken met mijn drang tot herlezen? Waarom heb ik mijn ervaringen niet gewoon voor mezelf bewaard? Mijn eerste antwoord daarop is even evenvoudig als flauw: waren de bezoekcijfers van mijn website laag gebleven? Dan deelde ik mijn bevindingen ook min of meer alleen met mezelf. Maar de blog trekken relatief veel lezers, dus u vindt mijn herleesverslagen schijnbaar waardevol genoeg. Voor mij was dat een extra motivatie om enkele belangrijke literaire monumenten van een fris scheutje water te voorzien.

Uit het oog

En een extra scheutje water af en toe kan geen kwaad lijkt me. Voor levende literatuur is meer nodig dan een oeverloze stroom nieuwe uitgaven. Ook volle boekenkasten, een handjevol studenten in kale collegezalen en wat vergeten literaire tijdschriften in een donker hoekje van de boekhandel maken literatuur niet levend. Het gaat uiteindelijk om de blijvende aanwezigheid in onze gesprekken en teksten. Als een literair werk daar geen deel meer van uitmaakt, sterven de personages, de thema’s of de baanbrekende stijlvormen een langzame dood. Die dood hoeft tegenwoordig niet eeuwigdurend meer te zijn. Alles wordt immers in veelvoud, al dan niet digitaal, bewaard en gedocumenteerd. Maar de kans op een geslaagde reanimatie neemt met ieder jaar zwijgen sterk af.

Scherpe geest

De rubriek “herlezen’ heeft verder nog een particulier doel: het scherpt mijn geest. Wie voor een publiek schrijft, komt niet weg met een verzameling losse onsamenhangde aantekeningen in de kantlijn van een tekst. Een lezer eist een kop en een staart. Of op zijn minst iets dat op ‘een vorm’ lijkt. Bovendien verwacht de lezer zinnen die, laat ik het weer voorzichtig zeggen, enige mate van logica, overtuiging of schoonheid bezitten. Dit betekent dus, ook al gaat het om een website/blog en geen wetenschappelijke studie, dat je moet nadenken over wat je schrijft en hoe je dat formuleert. Daar worden je gedachten alleen maar helderder van.

Kleine beperking in vorm

Het internet is een geschikt medium voor iedereen die vindt dat hij of zij wat te zenden heeft. Ruimte genoeg. Daar maak ik dus graag gebruik van, maar heb mezelf wel een duidelijke beperking opgelegd: de teksten mogen niet langer zijn dan 1650 woorden.  Het doel is om me te dwingen keuzes te maken bij het schrijven. Ook dat scherpt de geest. En 1650 woorden is al best lang voor een webtekst.

De eerste vijf jaar

Ik begon met Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch. De reden was dat de goede man net een jaar dood was. Daarna volgende Ziek van liefde van Ian McEwan en de beste roman ooit De Kapellekensbaan van Louis Paul Boon. Al snel werden deze besprekingen het meest bezocht op de Rode Muur. Dat motiveerde enorm hiermee door te gaan. Maar omdat het allemaal liefdadigheidswerk blijft, is het soms lastig mijn productie op peil te houden. Inmiddels heb ik 12 boeken besproken, in 13 verslagen. (De Kapellekensbaan kreeg er drie, Matterhorn van Karl Marlantes en Going after Cacciato van Tim O’Brien heb ik in één bespreking gepropt.). Dat is net iets meer dan 2 jaar per jaar. De blog over de De aanslag van Harry Mulisch is het meest gelezen. De tot nu toe laatste blog ging over een boek dat bij het grote publiek minder bekend is: Arthur Schopenhauer, een oorlogsverklaring aan de geschiedenis van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes. Doel voor de komende vijf jaar: de productie opvoeren naar vier besprekingen per jaar. Maar ook nu geldt: kwaliteit gaat voor kwantiteit.

De regels blijven hetzelfde

De herlezen romans, gedichten, toneelstukken of essays zijn altijd de basis voor mijn teksten. Ik heb ze minimaal één keer eerder gelezen. Verder geef ik mezelf alle vrijheid. Soms ga ik in op het werk zelf. Soms geef ik een persoonlijke leeservaring. Een andere keer wellicht een literaire, sociologische, historische of, wie weet, filosofische beschouwing. In het ergste geval zadel ik u op met privé-ontboezemingen, maar ik beloof u dat ik mijn best doe daar geen gewoonte van te maken. Naar algemeen internetgebruik is de verantwoording binnen mijn teksten zo goed als afwezig. Dat is geen kwestie van luiheid of wetenschappelijke ballorigheid, maar een bewuste keuze omdat een tekst vol voetnoten op een beeldscherm nog slechter te volgen is dan op papier. Ik maak dit goed door onder mijn teksten telkens al mijn inspiratiebronnen te noemen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.